 Het Soayschaap is genoemd naar het eiland Soay van de St. Kilda's eilanden ten noordwesten van Schotland. Men vermoedt dat deze schaapjes ooit door de Vikingen zijn meegenomen als voedsel en op de eilanden zijn achtergelaten.
Het is één van de zeldzaamste, primitieve rassen die nog zo dicht bij de natuur staan.
Een Soayschaap is bijzonder klein. Rammen wegen zo'n 25-35 kilo kilo en de ooien 20-30 kilo. De schofthoogte zit op gemiddeld 61 cm. De rammen hebben prachtige gedraaide horens, de ooien hebben veel lichtere horens of hebben geen hoorns. De meest voorkomende kleur is een soort wildkleur; bruin met lichtere aftekeningen aan de buik, poten, achterhand (zoals bij een ree, de "spiegel”). Ook het gedrag van een kudde Soayschapen doet denken aan reeën. Wanneer een kudde aan het rennen slaat doen ze zelfs sterk denken aan een kudde vluchtende gazellen ergens op een Afrikaanse savanne.
Het zijn heel schuchtere, schichtige schapen die door veel aandacht en uit de hand voeren ogenschijnlijk vriendelijk en aanhankelijk kunnen worden. Het wilde gaat er nooit helemaal uit. Een ander opmerkelijk feit is dat de Soay in de zomer zijn vacht verliest.
De ooien zijn alleen bronstig tussen november en februari en kennen geen problemen bij het aflammeren. Overigens is de Soay een oersterk schaap dat zelden ziek is. |